Toelichting bij de passiemuziek van Joachim a Burck (1546-1610) - 10 april 2009

 

Joachim a Burck werd in 1546 als Joachim Moller geboren in het plaatsje Burck (vlakbij Magdeburg) en werd daarom als componist later vooral bekend als Joachim a Burck. Zijn vader was een uitgetreden Augustijner monnik, die door het bezoek van Maarten Luther aan Magdeburg in 1524 voorgoed voor het Lutherse geloof gewonnen werd. Zo leerde Joachim a Burck het protestantse gedachtengoed van binnenuit kennen. Hij wordt beschouwd als één van de belangrijkste wegbereiders van de Lutherse kerkmuziek.

Als auto-didact werd hij vooral geïnspireerd door Cypriaan de Rore, Gallus Dressler en Orlando di Lasso. Vanaf 1563 is Joachim a Burck als organist werkzaam in de Sint Blasien Mühlhausen, waar later o.a. ook Johann Rudolph Ahle en Johann Sebastiaan Bach hebben gewerkt. Met de in 1553 in Mühlhausen geboren componist Johann Eccard (de 'Duitse Palestrina') onstond een jarenlange hechte vriendschap.

 

A Burck componeerde vele motetten, die na zijn dood in 6 grote banden werden uitgegeven. In 1568 componeerde hij de Johannes Passion, in 1574 het passiemotet over Psalm 22. Zijn muziek staat deels onder invloed van de oude Nederlandse polyfonie, maar vanwege de verstaanbaarheid heeft hij in de Johannes Passion de tekst vrijwel uitsluitend syllabisch verwerkt (1 noot per lettergreep). Daarnaast worden belangrijke tekstpassages zoveel mogelijk homofoon gecomponeerd.

 

De Johannes Passion van Joachim a Burck is de eerste Duitse 'Motetten-Passion', een vorm waarbij de tekst uitsluitend door het koor wordt gezongen. In de 'Choral-Passion' wisselen koor en solisten elkaar af. Later ontstaat de meer concertante passion waarbij koralen en aria's worden toegevoegd. Beide vormen hebben uiteindelijk de weg bereid voor de grote Barokke passionen van J.S. Bach.