Programmatoelichting bij de koorwerken Buxtehude - 24 november 2007

 

Nimm von uns, Herr

Dietrich Buxtehude's groots opgezette cantate 'Nimm von uns, Herr' is een hoogtepunt in zijn vocale oeuvre. Het betreft een hartstochtelijke smeekbede om verlossing en bevrijding van alle schuld, onder de vorm van een ingenieus geconstrueerde koraalcantate met als basis de melodie uit het bekende Lutherkoraal 'Vater unser in Himmelreich'. Buxtehude wendt hier alle mogelijke muzikale middelen aan om de affecten zo levendig mogelijk uit te drukken - een belangrijke leerschool voor Bach, wiens zetting van hetzelfde koraal ook tijdens dit concert te horen is.

Confitebor tibi Domine

Johann Rosenmüller was o.a. werkzaam aan de Thomaskirche in Leipzig en verbleef vanaf 1658 in Venetië. Hier leerde hij de Italiaanse stijl van binnenuit kennen en slaat hij met zijn composities een brug tussen de oude polyfone stijl van Heinrich Schütz en de cantates van J.S. Bach. In 1674 keert hij terug naar Duitsland en wordt kapelmeester aan het hof van Wolfenbüttel. In zijn cantate 'Confitebor tibi Domine' (psalm 138) horen wij tekstgebonden contrasten, chromatiek en veelvuldige tegenstellingen in langzame en snelle passages. Naast vocale werken schreef hij ook veel instrumentale muziek.

 

Musikalische Exequien

Heinrich Schütz schreef zijn 'Musikalische Exequien' in 1636 op verzoek van Prins Heinrich Posthumus von Reuss uit Thüringen. De titel 'Exequien' verwijst naar het Latijnse 'in exequiis defunctorum' (bij de uitvaart van de overledenen) uit de oude Romeinse liturgie. De prins had een jaar voor zijn dood een zorgvuldig ritueel voor zijn begrafenis opgesteld, waarbij hij een koperen doodskist had laten maken, waarop hij 24 Bijbelteksten had laten graveren. Al deze teksten heeft Schütz op verzoek van de prins verwerkt. Dit werd het eerste deel van de 'Musikalische Exequien' dat Schütz de titel 'Concert in Form einer teutschen Begräbnis Missa' meegaf, eigenlijk een Missa Brevis met Kyrie- en Gloria-elementen.

Als tweede deel van de Exequien volgt het motet op de tekst 'Herr, wenn ich nur dich habe.' (Ps.73, 25-26). Hierin is duidelijk de Venetiaanse dubbelkorigheid van Giovanni Gabrieli te herkennen, waarbij Schütz enkele jaren had gestudeerd.

Het derde deel rondt de 'Musikalische Exequien' af met een bewerking van het Canticum van Simeon ('Herr, nun lässest du deinen Diener'), aangevuld met een koor van serafijnen en zielen van gelukzaligen. Zij vertolken teksten uit de Openbaring van Johannes en uit het boek der Wijsheid van Salomon.