Programmatoelichting bij de koorwerken Kurt Thomas - 20 februari 2004

 

Het programma is opgebouwd rondom de 100 jaar geleden geboren componist, dirigent en pedagoog Kurt Thomas. De uitvoering van zijn befaamde Messe in a moll in 1925 wordt algemeen gezien als het feitelijk begin van de kerkmuziekrenaissance in Duitsland. Vanaf dat moment wordt de kerkmuziek weer serieus genomen en schrijven componisten als Ernst Pepping, Hugo Distler en Siegfried Reda voor alle mogelijke bezettingen hun kerkmuziek. Na de dood van J.S Bach in 1750 raakte de kerkmuziek snel in verval en raakte zijn muziek en van zijn voorloper Heinrich Schütz in de vergetelheid. Het is de 18-jarige Felix Mendelssohn-Bartholdy die pas in 1827 de Mattheus Passion van Bach weer opnieuw uitvoerde. Deze gebeurtenis zette de toon voor historisch-musicologisch onderzoek. Mendelssohn ziet nog geen verbinding met de kerk en met de in verval geraakte liturgie en componeert voor koor uitsluitend geestelijke muziek, los van de kerk. Het korte motet 'Wirf dein Anliegen auf den Herrn' is een koorbewerking van het solokwartet uit de 'Elias', die Mendelssohn een jaar voor zijn dood in 1846 voltooide. In 1847 componeerde hij de Lofzang van Simeon, 'Herr, nun lässest du deiner Diener in Frieden fahren'.

 

Met Johannes Brahms zijn we dieper in de Romantiek aangekomen en horen we fellere accenten en grotere tegenstellingen. De melodie van 'Es ist ein Schnitter, heißt der Tod' is geschreven door Jacobus Balde die deze muziek opnam in de in 1637 (midden in de guwelijke 30-jarige oorlog) uitgevoerde Tragedie 'Iephtias'.

 

Met Reger, von Herzogenberg en Kaminski staan we volledig in 20ste eeuw, hoewel hun muziek nog volledig is geschreven vanuit het romantische idioom. Het 'Nachtlied' baseert zich op een oude tekst van Petrus Herbert (1566) uit de omgeving van de Boheemse Broeders. Heinrich von Herzogenberg (geboren in Graz) raakte tijdens zijn studie in Wenen bevriend met Brahms en vestigde zich later in Leipzig en Berlijn. Net als Max Reger was Herzogenberg Katholiek en net als Reger raakte hij gefascineerd door het protestantse koraal. Reger moet eens uitgeroepen hebben: 'Gij protestanten weet niet welk een schat er verborgen ligt in uw kerkliederen!' Veel koraalmotetten verschenen, waaronder 'Kommt her zu mir, spricht Gottes Sohn' op een tekst van Georg Grünwald (1530). Ook Heinrich Kaminski heeft zich nog niet echt losgemaakt van de Romantiek. Zes jaar na de première van de Messe in a moll van Kurt Thomas verscheen zijn driedelige 'Aus der Tiefe' (1931), waarvan alleen het eerste deel in dit programma is opgenomen.

 

Met Siegfried Reda zijn we midden in de bloeiperiode van de kerkmuziekrenaissance. De muziek is niet langer 'alleen maar geestelijk', maar past ook binnen de kaders van de liturgie. De dienstbaarheid aan de kerk en haar (vernieuwde liturgie) staat voorop en zo componeert Reda o.a. zijn grote serie 'Chormusik für das Jahr der Kirche'. Uit de bundel 'Das Psalmbuch' klinken psalm 103 en 36 en uit 'Die alten Epistellesungen' worden twee gedeeltes uit Efeziërs 5 uitgevoerd. Hoewel Reda felle dissonanten niet schuwt, houdt zijn muziek een mild-romantische ondertoon.

Ook Kurt Thomas is altijd heel vocaal blijven componeren. Met de moderne ontwikkelingen is ook hij nooit meegegaan. Hij ging volledig uit van de menselijke stem en de dienstbaarheid aan de liturgie. Hoewel Thomas in 1925 de doorbraak van de kerkmuzikale vernieuwing heeft bewerkstelligd is hij zelf steeds minder gaan componeren. Aan de ene kant legde zijn drukke praktijk als koordirigent (met zijn vele buitenlandse reizen) en zijn werk als koorpedagoog (o.a. Kurt Thomascursus in Nederland) een groot beslag op zijn tijd, aan de andere kant wist hij dat hij aan andere componisten het goede voorbeeld had gegeven en dat deze nieuwe muziek ook goede uitvoerende koren nodig had. Zijn in 1936 verschenen bundel 'Kleine geistliche Chormusik' (opus 25) is reeds de afsluiting van zijn kerkmuzikale oeuvre. Deze titel verraadt ondertussen de affiniteit en de bewondering voor Heinrich Schütz die in 1648 zijn 'Geistliche Chormusik' uitgaf. Kurt Thomas verzorgde in 1930 een grondig herziene uitgave van deze bundel van Schütz. Uit dit opus 25 (20 motetten) worden vanavond de nummers 10, 14 en 15 gezongen. De meest felle dissonanten horen wij bij de 'Tränen' en de 'Schmerz' in het laatste motet 'Gott wird abwischen alle Tränen'. In 'Es ist alles neu worden' gebruikt Thomas plotseling nieuwe maatsoorten, nieuwe ritmes en nieuwe toonsoorten. Het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen.

 

Hans Jansen